Terminology

Terminologie


Wie zijn de ‘vluchtelingen’ van nu ?


Zolang de mensheid bestaat, zijn er mensen gevlucht om te ontsnappen aan geweld en ergens anders veiligheid te zoeken. Pas in de XXste eeuw kwam er een internationale en politieke aanpak van het probleem tot stand.


In 1950 wordt het Hoog Commissariaat van de Verenigde naties voor Vluchtelingen (UNHCR) opgericht en in 1951 de Conventie van Genève uitgevaardigd. Deze bevat een definitie van ‘vluchteling’: “elke persoon die uit gegronde vrees voor vervolging om redenen van ras, godsdienst, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep, zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit en de bescherming van dat land niet kan of wil inroepen”.  Ook mensen die staatloos zijn om dezelfde redenen, vallen onder de definitie.

De voornaamste verplichting van de landen die het verdrag ondertekenen is ‘het principe van niet-terugleiding’ (non-refoulement), d.w.z. dat het gastland mensen die bescherming vragen wegens gegronde vrees voor vervolging, niet met geweld mag terugdrijven. Pas na een grondig onderzoek van de asielvraag, mag gedwongen terugkeer toegepast worden.   


Aanvankelijk is het werkveld van het UNHCR beperkt tot vluchtelingen van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Het is het begin van de Koude Oorlog en men verwacht vluchtelingen uit communistische landen. De eerste grote actie is de opvang van 200.000 Hongaren na de opstand van 1956.  

Een tweede fase begint met de dekolonisatie van Afrika en de Algerijnse oorlog. Daardoor en met druk vanuit Afrika wordt het werkveld voor de bescherming van vluchtelingen in een protocol van 1967 uitgebreid. UNHCR onderneemt later ook acties voor vluchtelingen van Bangladesh, Tibet, Birma, Cambodja, Laos, Vietnam …


In de loop van de jaren ‘80 worden de Westerse landen ongerust over het groeiend aantal vluchtelingen. Dan begint men te spreken over ‘economische migranten’, ook in het geval van mensen die communistische regimes ontvluchten, net zoals in de jaren ‘50.

In de jaren 1980 en ‘90 voeren de geïndustrialiseerde landen juridische hervormingen door die de toegang tot de asielprocedure en de erkenning als vluchteling serieus beperken. Men begint ook asielzoekers, hele families en zelfs kinderen voor lange periodes vast te houden in detentiekampen. Maatregelen om clandestiene en oneigenlijke immigratie tegen te houden, hebben het effect dat vluchtelingen op één hoop worden gegooid met migranten én soms zelfs met criminelen en terroristen. Deze negatieve evolutie gaat tot nu toe door.


Tegenover deze achtergrond is een goed begrip van termen belangrijk.


Migranten zijn mensen die vanuit een ander land vrijwillig emigreren om in een nieuw land langdurig of definitief te verblijven en te werken. In België wordt de term toegepast op Turkse en Marokkaanse gastarbeiders en hun nakomelingen.


Economische vluchteling is een volkse term, geen juridisch begrip. Men bedoelt ermee een persoon die om economische redenen uit zijn land vlucht en een nieuwe betere toekomst probeert uit te bouwen in een ander land. In feite bedoelt men ‘arbeidsmigrant’. Vlaanderen is één van de landen van waaruit zich in de 19de en 20ste eeuw zeer veel arbeidsmigranten over de hele wereld verspreid hebben.

Sinds 1974 geldt in België in principe een migratiestop! Weliswaar met veel uitzonderingen:

- een vreemdeling voor wie een Belgische werkgever een arbeidsvergunning aanvraagt ondersteund door een arbeidsmarktonderzoek

- onderdanen van de Europese Unie (vrij verkeer van personen)

- hoger opgeleiden, gespecialiseerde technici, beroepssporters die een arbeidskaart aanvragen

- bedienaars van eredienst, diplomaten, journalisten zijn vrijgesteld van aanvraag

- zelfstandigen die een beroepskaart aanvragen


Conventie-vluchteling of erkend vluchteling: iemand die als asielzoeker aankwam en, na grondig onderzoek door het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS), erkend is als persoon die onder de definitie van de Conventie van Genève valt. Hij/zij krijgt bescherming en rechten die bijna gelijkwaardig zijn aan die van een Belg.

De mensen gebruiken ook dikwijls de term ‘politiek vluchteling’, maar dat is niet juist omdat het Vluchtelingenverdrag ook andere dan politieke redenen als basis voor erkenning voorziet.


Bijkomend of subsidiair beschermden

‘Oorlog’ valt niet onder de Conventie van Genève in strikte zin, omdat er geen ‘individueel’ maar algemeen gevaar was bij bombardementen, algemeen geweld, etnische zuivering ….  

In april 2004 vaardigde de EU de ‘kwalificatierichtlijn’ uit die een bijkomend, tijdelijk beschermingsstatuut voorziet voor mensen die algemeen geweld ontvluchtten.

De Lidstaten moesten de richtlijn binnen de twee jaar omzetten in nationale wetgeving. België heeft het langst gewacht en voerde dit bijkomend statuut pas in 2016 in.


In de tijd tevoren paste België verschillende systemen toe om de mensen die toch niet teruggestuurd konden worden te ‘tolereren’: wachten met een beslissing over hun asielaanvraag, een uitwijzingsbevel geven waarvan de uitvoering werd uitgesteld, een uitzonderlijk tijdelijk statuut of telkens een verblijfsvergunning van 6 maanden geven, of gewoon aan illegaliteit overlaten. Deze systemen werden toegepast op asielzoekers uit Tsjetsjenië, Afghanistan, Irak, Kosovo (minderheden), Soedan, ….  

Dit verklaart ten dele dat de overheid af en toe moest overgaan tot een grote regularisatie.  


Vanaf eind 2006 worden asielaanvragen dus automatisch onderzocht op 2 eventuele mogelijkheden: de Conventie van Genève of het statuut van bijkomende bescherming.


Geregulariseerde vreemdeling: iemand die om humanitaire of medische redenen toelating krijgt om op regelmatige basis in België te blijven. Regularisatie wordt toegekend door de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) en heeft eigenlijk niets met de asielprocedure te maken, alhoewel afgewezen asielzoekers vaak wel nog een regularisatie aanvragen.

De Belgische overheid wil geen vaste criteria voor toekenning van regularisatie bepalen, zodat de toepassing ervan afhankelijk is van de politiek in het beleid. Geregulariseerden hebben minder rechten dan erkende vluchteling en bijkomend beschermden.


Mensen zonder wettige papieren (ook foutief ‘illegalen’ genoemd: mensen zijn nooit illegaal als mens, hun verblijf is illegaal). Geen geldige / wettige papieren hebben is een administratieve inbreuk, maar heeft op zich niets te maken met ‘criminaliteit’.

Het gaat om mensen die zich in ons land vestigden zonder enige registratie, mensen van wie het legale (reis- of studenten-)visum verlopen is of van wie de asielaanvraag negatief eindigde.


Een groot aantal van deze mensen wil echter niet terug naar het herkomstland en/of kan ook niet terug gestuurd worden, omdat het herkomstland niet veilig is of omdat de overheid ervan geen doorgangsdocumenten geeft of niet functioneert. Ze worden ‘onverwijderbaren of niet-repatrieeerbaren’ genoemd.

IOM (International Organisation of Migration) oordeelt of al of niet begeleiding mogelijk is in deze situaties, maar tot nu toe verbindt de overheid daar geen beslissing over verblijf aan.

Voor dergelijke ‘onverwijderbaren’ is er nog altijd geen directe oplossing voorzien. Als ze een aanvraag tot humanitaire regularisatie indienen, wordt deze zelden toegekend.


  



Share via e-mail Print