Taak van de gemeente bij het indienen van een aanvraag artikel 9bis Vw
-

De gemeente moet de verblijfplaats van regularisatie-aanvragers (artikel 9bis Verblijfswet) controleren, binnen de 10 dagen na de aanvraag. De gemeente moet dan een ontvangstbewijs afgeven aan de aanvrager. Op het ontvangstbewijs moet echter de datum van het indienen van de aanvraag vermeld worden, en niet de datum van controle van de woonplaats of van afgifte van het ontvangstbewijs.
- De woonstcontrole door de gemeente moet enkel een constatering zijn van de feitelijke realiteit of de aanvrager op het opgegeven adres in de gemeente verblijft. Een negatieve woonstcontrole om andere redenen (normen van veiligheid of hygiëne, aantal kamers, geen huurcontract...) is niet wettelijk als de aanvrager wel feitelijk op dat adres verblijft. Problemen op dat vlak kunnen gemeld worden aan de gemeente en aan de DVZ.
- Indien de woonstcontrole door de gemeente negatief is zonder duidelijke redenen en DVZ informatie heeft dat de aanvrager toch op het opgegeven adres verblijft, kan de DVZ de gemeente opnieuw contacteren met de vraag om een nieuwe woonstcontrole te doen of om een nieuwe aanvraag 9bis Vw in te dienen. In dat geval blijft de eerste aanvraagdatum gelden als datum van de aanvraag 9bis Vw.
- De controle van het identiteitsbewijs in het aanvraagdossier is een verantwoordelijkheid van de DVZ en niet van de gemeente.
- De gemeente kan een advies over de regularisatie-aanvraag overmaken aan de DVZ. Maar de gemeente kan niet weigeren om een aanvraag 9bis aan DVZ op te sturen, bv. als de aanvrager niet ingaat op een uitnodiging van de gemeente.

Adreswijzigingen
Adreswijzigingen moeten op de gemeente van indiening én aan DVZ meegedeeld worden. DVZ stuurt haar beslissing over de aanvraag aan de gemeente van het adres dat bij DVZ bekend is volgens het aanvraagdossier. Die gemeente roept dan de aanvrager op om kennis te geven van de beslissing.

Informatie over de criteria
De criteria in de instructie van 19/7/2009 worden ten gronde toegepast, in het kader van de discretionaire bevoegdheid van de minister en de Dienst Vreemdelingenzaken. Deze bevoegdheid blijft immers overeind ook na formele annulatie van de instructie van 19 juli 2009 door de Raad van State (RvSt 9/12/2009, nr. 198.769).

Op het opvolgingscomité werd nog bijkomende info gegeven over de toepassing van de criteria:
- Fraude en openbare orde zijn uitsluitingsgronden voor regularisatie. DVZ beslist hierover van geval tot geval, volgens de zwaarte of herhaling van de feiten, de actuele relevantie van de feiten voor de regularisatieaanvraag, en de evenredigheid tussen de negatieve en positieve elementen in de aanvraag. DVZ motiveert haar beslissingen in rechte en in feite. Ook feiten die gepleegd zijn in het buitenland kunnen een reden van uitsluiting zijn. Bijvoorbeeld:
° Een asielzoeker die van het statuut van vluchteling uitgesloten wordt omdat hij bepaalde zeer ernstige misdrijven zou gepleegd hebben, wordt in principe ook uitgesloten van regularisatie. Bij gelijklopende asielaanvraag en regularisatie-aanvraag kan DVZ wachten tot de Commissaris-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) beslist over de uitsluiting.
° Op zichzelf zal een weigering van huwelijkssluiting of een negatief advies van parket inzake huwelijkssluiting niet noodzakelijk als uitsluitingsgrond voor de regularisatie gelden, als de aanvrager voldoet aan de criteria voor regularisatie.
- De situatie opgesomd in punt 2.3 van de regularisatie-instructie volstaat slechts voor regularisatie als de aanvrager zich bevindt in een "prangende humanitaire situatie", dit wil zeggen dat de situatie "dermate klemmend is dat de persoon zich er niet van kan ontdoen en waarbij een verwijdering een schending van een fundamenteel recht met directe werking in België zou kunnen inhouden, zodat een verder verblijf in België de enige oplossing is". Voor toepassing van het regularisatie-criterium 2.3 moet familie "tot de derde graad" van een EU-burger of Belg ten laste zijn, of samenwonen, of ernstige gezondheidsproblemen hebben die een persoonlijke verzorging vereisen. Om als "ten laste" erkend te worden moet de EU-burger of Belg in dit geval over bestaansmiddelen beschikken zoals bepaald in het K.B. van 22/7/2008 inzake de langdurig ingezeten derde landers, dit wil momenteel zeggen: 715 euro + 239 euro per persoon ten laste.
- De situaties die opgesomd zijn in punten 1.1 tot 2.8.A van de regularisatie-instructie geven aanleiding tot een definitieve regularisatie. Dat geldt ook voor de familieleden (echtgenoten, kinderen ten laste, samenwonende partners in het kader van een duurzame relatie) die in de regularisatie-aanvraag vermeld zijn en die mee de regularisatie aanvroegen, ook al voldoen zij op zichzelf niet aan alle voorwaarden.
- De situatie opgesomd in punt 2.8.B van de regularisatie-instructie, alsook het algemeen criterium dat vermeld wordt in punt 2, én andere discretionaire humanitaire regularisaties (dus alle regularisaties buiten punten 1.1 tot 2.8.A) geven in principe aanleiding tot een tijdelijke regularisatie, die op termijn definitief kan worden. Dat wil zeggen dat er nog tijdelijke regularisaties buiten de situatie 2.8.B kunnen beslist worden, mogelijk met diverse voorwaarden.
- De situatie opgesomd in punt 2.8.B van de regularisatie-instructie vereist een arbeidscontract bij een werkgever dat echter slechts ingaat na de regularisatie en na toekenning van een arbeidskaart B. Tussen het indienen van de regularisatie-aanvraag en het aanvragen van de arbeidskaart B kan de aanvrager nog van werkgever veranderen. Eerst beslist de DVZ over een voorwaardelijke toekenning van de regularisatie. DVZ verstuurt deze beslissing aan de aanvrager, en aan de vier bestaande gewestelijke diensten die arbeidskaarten toekennen. De aanvrager moet dan binnen de drie maanden na die beslissing van DVZ een aanvraag voor arbeidskaart B laten indienen door een werkgever, voor een arbeidscontract van minstens een jaar dat minstens het wettelijk minimumloon oplevert. Dat kan dus ofwel de oorspronkelijke kandidaat-werkgever zijn ofwel een nieuwe.

Actualisaties van lopende aanvragen en verlenging/omzetting van tijdelijke regularisaties
- Het is belangrijk om lopende aanvragen 9bis bij DVZ te blijven actualiseren met nieuwe relevante informatie. Inhoudelijke actualisaties moeten aan DVZ meegedeeld worden. DVZ beoordeelt de aanvraag immers op het moment van haar beslissing, op basis van alle feiten en argumenten die haar dan bekend zijn.
- Ook voor de verlenging van tijdelijke regularisaties of voor omzetting naar een definitieve regularisatie, moet nieuwe informatie aan de DVZ bezorgd worden.
- Het specifieke e-mailadres voor actualisaties van regularisatie-aanvragen is afgeschaft sinds 16/12/2009. Nieuwe elementen kunnen voortaan op de klassieke wijze via de gemeente of rechtstreeks aan de DVZ meegedeeld worden.
- Nieuwe info of bijkomende stukken kunnen aan DVZ verstuurd worden via de volgende coördinaten:
° DVZ, Antwerpsesteenweg 59b, 1000 Brussel (vermeld best het bevoegde bureau)
° DVZ bureau humanitaire regularisaties: fax 02/2746671
° DVZ bureau lang verblijf: fax 02/2746685 (NL) en 02/2746602 (FR): voor personen die al gemachtigd zijn tot verblijf met een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (BIVR)
° DVZ bureau gezinshereniging: fax 02/2746679 NL) en 02/2746678 (FR)
- Het bureau lang verblijf van DVZ beslist over de verlenging van tijdelijke verblijfsvergunningen (BIVR), en over de omzetting van een tijdelijke naar een definitieve regularisatie. Dat kan aangevraagd worden bij DVZ of bij de gemeente. Elke vreemdeling met een tijdelijk BIVR moet zich tussen de 45ste en 30ste dag voor deze afloopt, aanbieden op de gemeente. Als DVZ na een tijdige aanvraag niet op tijd beslist over de verlenging of omzetting, kan best rechtstreeks contact opgenomen worden met het bureau lang verblijf van de DVZ. Mogelijk ontbreken bepaalde documenten en kunnen deze dan worden doorgefaxt.

Inschrijving na regularisatie
Na positieve beslissing (machtiging tot verblijf) moet de gemeente de geregulariseerde inschrijven in het vreemdelingenregister. Dat is een bevoegdheid van de gemeente in het kader van de wetgeving op het rijksregister en bevolkingsregisters. De DVZ heeft geen specifieke instructies aan de gemeenten gegeven maar heeft de volgende standpunten:
- Voor de Dienst Vreemdelingenzaken volstaat een vervallen paspoort voor identificatie en inschrijving in het vreemdelingenregister.
- Bij gebrek aan (vervallen) paspoort is inschrijving in het vreemdelingenregister mogelijk met de vermelding "DECL" indien de onmogelijkheid om een paspoort te bekomen is aangetoond in de regularisatie-aanvraag.

Bron: Bericht van Vlaams Minderhedencentrum