Regularisatie
(artikel 9bis)
Overzicht
Bepaalde personen die
zich in België bevinden zonder over een verblijfsrecht te beschikken kunnen een
"regularisatie" van hun verblijf aanvragen. Zij moeten in
principe kunnen bewijzen dat ze niet kunnen terugkeren naar hun land van
herkomst om de aanvraag te doen. Op 19/7/2009 legde de regering nieuwe
criteria voor regularisatie vast in een "instructie". Begin
september 2009 werd de uitvoering van deze instructie nog verduidelijkt in een
"vademecum". Dat bevat ook een
type aanvraagformulier. Later zou ook nog een type-arbeidscontract volgen. Het
Nieuwe instructies sinds 19/7/2009
Geen
invloed op verblijfssituatie?
Verlenging
van tijdelijke regularisatie
Overgangsmaatregel
oude aanvragen artikel 9, lid 3
De regering sprak op 18 en 19 juli 2009 nieuwe criteria voor regularisatie
af. Op 19 juli 2009 werden de criteria vastgelegd in een instructie aan DVZ: een
tiental situaties (1.1-1.2 en 2.1-2.8) komen zeker voor regularisatie
in aanmerking. De criteria gelden permanent, behalve punt 2.8 van de
instructie: dat kan alleen ingeroepen worden tussen 15/9/2009 en
15/12/2009.
Naast deze 10 situaties
blijft de Minister en de Dienst Vreemdelingenzaken nog steeds bevoegd om discretionair te beslissen over regularisatie-aanvragen.
Begin september 2009
maakte de regering verdere details duidelijk in een "vademecum"
(verduidelijkingen over de uitvoering van de instructie).
Op 21 september werd dit vademecum geactualiseerd.
De verblijfsmachtiging op
grond van artikel 9bis van de Verblijfswet (het vroegere "artikel 9, lid
3" Vw) is een gunst, geen recht.
Daarom raden wij ten
zeerste af om een beroep te doen op de procedure voorzien in artikel 9bis
wanneer er een andere
wettelijke basis is voor een recht op verblijf. In het bijzonder gaat
men best eerst na of men niet in aanmerking komt voor gezinshereniging of het medisch
verblijf of het statuut van slachtoffer
van mensenhandel.
De vreemdeling die zich
beroept op artikel 9bis moet in principe "buitengewone omstandigheden" aantonen die
rechtvaardigen waarom de aanvraag voor een machtiging tot verblijf wordt
ingediend in België en niet bij de Belgische diplomatieke of consulaire post in
het buitenland.
Wie
voldoet aan de inhoudelijke criteria voor regularisatie zoals omschreven in de
instructie van 19/7/2009, voldoet ook aan de buitengewone omstandigheden. Dat
werd alleszins mondeling aan het Vlaams Minderhedencentrum toegezegd door zowel
de bevoegde staatssecretaris als de DVZ. Toch kan
best in de aanvraag vermeld worden dat "de aanvrager voldoet
aan de criteria van de richtlijn en zich dus in buitengewone
omstandigheden bevindt zoals voorgeschreven door de wet".
In andere
gevallen (wanneer niet duidelijk is of de aanvrager voldoet aan de criteria van
de instructie) moeten de buitengewone omstandigheden expliciet worden
aangetoond en gemotiveerd in de aanvraag. Immers, als de aanvraag niet
voldoet aan de criteria van 19/7/2009 en als er geen buitengewone
omstandigheden aangetoond zijn, dan zal de DVZ de aanvraag onontvankelijk
verklaren. In haar arrest van 27 juni 2007 ( n°172.824) stelt de Raad van State
immers dat de vreemdeling klaar en duidelijk in zijn aanvraag moet vermelden
welke de buitengewone omstandigheden zijn die hem verhinderen zijn aanvraag bij
de diplomatieke dienst in het buitenland in te dienen en dat uit zijn
uiteenzetting duidelijk moet blijken waaruit het ingeroepen beletsel precies
bestaat. >>> wanneer zijn er buitengewone omstandigheden?
De criteria voor regularisatie zijn
niet bepaald in de wet. Het is de Minister en de Dienst Vreemdelingenzaken
die daar over oordelen. Er bestaan wel instructies van de Minister aan de DVZ, en administratieve praktijken binnen de DVZ. Openbare of algemene richtlijnen moeten
uiteraard worden toegepast (omwille van rechtszekerheid en behoorlijk
bestuur).
In het algemeen kan men
zeggen dat regularisatie alleen moet worden toegestaan als daar ernstige
humanitaire redenen voor zijn. De belangrijkste criteria voor
regularisatie staan in de instructie van 19/7/2009 aan de DVZ. Daarnaast zijn er nog enkele andere situaties die
ook in aanmerking kunnen komen volgens de praktijk van de DVZ. Een aanvraag kan zinvol zijn in één van
de volgende gevallen:
Lange asielprocedure en volgende procedures
Familie met schoolgaand kind
sinds 2007
Bijzondere
banden met België en prangende humanitaire situaties
Duurzame
lokale verankering (criterium alleen in te roepen tussen 15/9 en 15/12/2009!)
Lange
gezinsherenigingsprocedure
Artikel 9bis Vw is geen rechtsmiddel tegen een verwijderingsmaatregel
en heeft in principe geen enkel
gevolg voor de verblijfsstatus van de betrokkene.
1. Wie illegaal op het grondgebied
verblijft zal geen verblijfsrecht krijgen in afwachting van een antwoord op de
"regularisatie"-aanvraag.
2. Andersom echter laat de
rechtspraak niet zomaar toe dat DVZ een regularisatie-aanvrager zou uitwijzen
(BGV afleveren) of opsluiten voor repatriëring, zolang DVZ nog geen
beslissing nam over de aanvraag artikel 9bis Vw.
Dus als een aanvraag artikel 9bis Vw werd
ingediend vooraleer een BGV werd uitgevaardigd, moet DVZ eerst nagaan welke
elementen en argumenten ingeroepen worden, vooraleer zij een BGV kan
afgeven en vooraleer zij betrokkene kan repatriëren.
Volgens 4 arresten
van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) van
31/7/2008, moet DVZ eerst de in de regularisatieaanvraag ingeroepen
schending van fundamentele rechten
zoals artikel 3 of 8 van het EVRM onderzoeken, vooraleer een
BGV wordt afgeleverd. Voor een korte bespreking van deze arresten, zie VMC
nieuwsbrief 2008 nr 12. Sindsdien paste de
DVZ haar praktijk aan deze rechtspraak aan.
Het is echter niet
helemaal duidelijk of DVZ dit principe ook toepast als er geen schending van
artikel 3 of 8 EVRM wordt ingeroepen in de regularisatie-aanvraag,
maar als de betrokkene voldoet
aan overige regularisatiecriteria. Ook dan wijst de
rechtspraak er soms op dat DVZ mensen die regularisatie aanvragen
niet zomaar mag uitwijzen of opsluiten voor uitwijzing voor DVZ geoordeeld
heeft over de aanvraag. De laatste jaren was daarover de volgende
rechtspraak en evoluties:
De
RvV schorste, in afwachting van een beoordeling over
de wettelijkheid, in haar arrest van 19/7/2007 een
bevel om het grondgebied te verlaten omdat het geen antwoord inhoudt
op een voorafgaande aanvraag tot regularisatie. De Dienst Vreemdelingenzaken
(DVZ) paste haar houding evenwel niet aan deze rechtspraak aan. Ook in
een arrest van 28/11/2008 stelt de RvV dat de DVZ “kennelijk onredelijk” handelt wanneer
het een BGV afgeeft aan een vreemdeling met een lopende aanvraag artikel 9, lid
3 Vw, zonder eerst een beslissing te nemen over die
aanvraag.
Het
Hof van Cassatie zegt in haar arrest van 23/8/2006 dat niet kan geoordeeld worden
over de wettelijkheid van een administratieve vrijheidsberoving en
uitwijzingsbeslissing als het niet duidelijk is of de DVZ vóór die maatregelen
heeft beslist over de aanvraag voor een verblijfsvergunning op basis van
artikel 9bis Verblijfswet (Vw).
Volgens
oude rechtspraak van de Raad van State moest, in het licht van de verplichting
tot behoorlijk bestuur, een uitwijzingsbevel altijd gemotiveerd zijn op grond
van alle elementen die op dat moment ter kennis zijn.
Vanaf
1 maart 2006 volgde de Dienst Vreemdelingenzaken deze oude rechtspraak van
de Raad van State echter niet meer.
De
regeling bleef wel behouden voor vreemdelingen wiens asielaanvraag vóór maart 2006 ongegrond werd
verklaard en die een aanvraag tot regularisatie indienden
vooraleer de DVZ een uitwijzingsbevel betekende. Pas na een
eventuele afwijzing van de regularisatieaanvraag, kon een uitwijzingsbevel
betekend worden. Tot zolang moest de gemeente dus het attest van immatriculatie verlengen.
Voor
vreemdelingen waarvan de asielaanvraag
ongegrond verklaard wordt vanaf maart 2006 werd na
afwijzing van de asielaanvraag een uitwijzingsbevel betekend ook al was er nog
geen beslissing genomen over de regularisatie-aanvraag. De
gemeente trok daarbij de oranje kaart in. Er zou wel een prioritaire
behandeling van de regularisatieaanvragen zijn, maar deze wordt dus pas
opgestart nadat het uitwijzingsbevel al betekend is.
Eind
2006 versoepelde de DVZ haar houding in lichte mate, dankzij een interventie
van de Federale Ombudsman. Voortaan ontvingen de vreemdelingen die zich kunnen beroepen op een lange
asielprocedure (van drie of vier jaar) van de DVZ geen bevel om het
grondgebied te verlaten meer in afwachting van een antwoord op de
ingediende regularisatie-aanvraag.
Na
de nieuwe criteria in de
instructie van 19/7/2009 zou DVZ voorzichtig moeten zijn
en zou het niet de bedoeling zijn om mensen uit te wijzen die
onder de criteria kunnen vallen. Er werd echter nog geen concrete werkwijze van
DVZ meegedeeld.
Indienen van de
aanvraag
In principe verloopt de
procedure artikel 9bis Vw volledig schriftelijk. De
aanvraag moet worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente van de
feitelijke verblijfplaats van de aanvrager. Dit is van het grootste belang
omdat de aanvraag anders niet in overweging zal worden genomen.
Om bewijsproblemen te
vermijden is het aangewezen de aanvraag bij aangetekend schrijven te versturen.
Het is beter om de aanvraag in te dienen als men nog legaal in het land
verblijft. De aanvraag dient ondertekend te worden door de aanvrager
of zijn advocaat.
De aanvraag dient de
volgende gegevens te bevatten:
het verzoek om een machtiging tot verblijf hetzij voor bepaalde duur
(preciseren hoe lang), hetzij voor onbepaalde duur op basis van artikel 9bis Vw;
het verzoek aan de burgemeester om de aanvraag artikel 9bis Vw over te maken aan de Dienst Vreemdelingenzaken van het
Ministerie van Binnenlandse Zaken;
zo mogelijk het dossiernummer bij de Dienst Vreemdelingenzaken (het
vroeger openbaar veiligheidsnummer);
alle relevante persoonsgegevens aangaande de aanvrager (naam, voornaam,
geboorteplaats, geboortedatum, nationaliteit en burgerlijke stand) met een
kopie van een identiteitsdocument of de motivering waarom de aanvrager deze
niet kan leveren. Zonder deze informatie is de aanvraag onontvankelijk.
de "bijzondere omstandigheid" die ertoe leidt dat de aanvraag
in België wordt ingediend en niet via de bevoegde consulaire of diplomatieke
post kon of kan worden ingediend;
een uiteenzetting van de redenen waarom de aanvrager meer dan drie
maanden in België wenst te blijven;
de vermelding van de werkelijke verblijfplaats van de betrokkene;
een overzicht van de samenstelling van het gezin;
beschikbare (bewijs)stukken die de bovenstaande vermeldingen staven.
! LET OP! Voor
nieuwe aanvragen sinds 19/7/2009 stelt de overheid een standaard
aanvraagformulier ter beschikking. Dit aanvraagformulier vindt u achteraan het vademecum. Het gebruik ervan is niet verplicht maar wordt
wel aangeraden!
Personen die duidelijk
voldoen aan een van de criteria van de instructie van 19/7/2009 verwijzen best
naar het betreffende criterium (1.1, 1.2., 2.1,
2.2... tot 2.8.A of 2.8.B) waarop zij zich willen
beroepen. Men kan zich ook in één verzoekschrift op meerdere criteria van deze
instructie tegelijk beroepen.
In andere
gevallen is van groot belang om de door de wet vereiste buitengewone
omstandigheden duidelijk te motiveren, en om zoveel mogelijk de
aangehaalde argumenten te personaliseren. Hoe beter
de aanvraag gemotiveerd is, hoe meer kans op een positieve beslissing. DVZ
moet een negatieve beslissing motiveren, d.w.z.
DVZ moet antwoord geven op alle aangehaalde elementen.
Taal van de
aanvraag
Personen die reeds een
asielaanvraag indienden en na het afwijzen van deze asielaanvraag een
regularisatie willen aanvragen moeten dit doen in dezelfde taal als degene
waarin de asielprocedure verliep.
Deze verplichting geldt
tot zes maanden na het afwijzen van de asielaanvraag. Nadien kan men terug vrij
kiezen tussen het Nederlands, Frans en het Duits. De vreemdeling die nooit een
asielaanvraag heeft ingediend blijft vrij om één van de landstalen te gebruiken.
Verplicht
identiteitsdocument bijvoegen!
Sinds 1 juni 2007 vermeldt
de wet expliciet dat men over een identiteitsdocument moet beschikken
om de aanvraag te kunnen doen:
In
principe moet een internationaal erkend paspoort of een nationale identiteitskaart
voorgelegd worden. De geldigheid van deze documenten mag reeds verlopen zijn.
Deze
verplichting geldt niet voor asielzoekers wiens asielprocedure nog in
behandeling is door het CGVS of de RVV. Indien er een toelaatbaar
cassatieberoep of een (oud) annulatieberoep
hangende is bij de RvS tegen een afgewezen asielprocedure, geldt de
verplichting ook niet (zie o.m. RvS 13 februari 2009,
nr. 190.417 in de rechter kolom).
Ook
de vreemdelingen die kunnen aantonen dat ze in de onmogelijkheid zijn om identiteitsdocumenten
voor te leggen, zijn vrijgesteld van deze verplichting.
Een kopie van het
identiteitsdocument, of de motivering waarom men vrijgesteld is van deze
verplichting, dient opgenomen te zijn in de verblijfsaanvraag. Anders is
aanvraag onontvankelijk.
Nieuwe aanvraag:
alleen nieuwe gegevens komen in aanmerking!
De aanvraag mag sinds 1
juni 2007 niet meer steunen op elementen die reeds voordien werden ingeroepen
of hadden moeten ingeroepen worden in een asielprocedure,
een medische
verblijfsaanvraag of een vroegere regularisatieaanvraag. Indien er geen
nieuwe elementen zijn wordt de aanvraag immers onontvankelijk verklaard.
Elementen die reeds werden
ingeroepen tijdens een asielaanvraag, maar die afgewezen werden omdat ze
geen grond vormden voor de erkenning als vluchteling of voor de toekenning van
het subsidiair beschermingsstatuut, kunnen wel nog gebruikt worden bij een
regularisatieaanvraag op grond van artikel 9bis Vw.
Personen wiens aanvraag
artikel 9 lid 3 of 9bis Vw in het verleden werd
afgewezen (meestal als "onontvankelijk"), maar die nu onder de nieuwe
criteria van de instructie van 18/7/2009 vallen, kunnen een nieuwe
aanvraag artikel 9bis Vw indienen. De nieuwe
instructie wordt aanzien als een nieuw element dat een nieuwe aanvraag
rechtvaardigt. Dat werd mondeling aan het
Lopende aanvraag:
aanvullen met bijkomende gegevens!
Nieuwe of bijkomende
gegevens en adreswijzigingen kunnen na het indienen van de aanvraag steeds
worden gemeld bij de gemeente van de feitelijke verblijfplaats ter aanvulling
van het dossier. Het is aangewezen de gegevens te versturen per
aangetekend schrijven of af te geven tegen ontvangstbewijs.
Een aanvulling van een
dossier met het oog op de nieuwe criteria sinds 19/7/2009 kan via
aangetekend schrijven, of per e-mail aan regulactua@dofi.fgov.be (met
ontvangstbevestiging van DVZ) of per fax naar de DVZ zelf worden
opgestuurd. Dit hoeft dus niet via de gemeente. Let op! Aanvullingen van een
regularisatieaanvraag om in aanmerking te komen voor het nieuwe criterium
"duurzame lokale verankering" moeten aan DVZ verstuurd worden tussen
15/9/2009 en 15/12/2009!
Woonstcontrole
Binnen tien dagen na het
indienen van de aanvraag moet de burgemeester of zijn gemachtigde de werkelijke
verblijfplaats van de betrokkene controleren. De termijn van tien dagen
wordt in de praktijk niets steeds gerespecteerd en is niet aan sancties vanwege
DVZ onderworpen. Het administratief toezicht op de gemeenten is een gewestelijke
bevoegdheid.
De woonstcontrole is een
gevolg van het feit dat de gemeenten enkel bevoegd zijn voor de personen die
werkelijk op hun grondgebied verblijven.
Indien
de vreemdeling niet verblijft op het opgegeven adres zal de aanvraag niet in
overweging worden genomen. De aanvrager krijgt dan een "bijlage 2":
een beslissing tot niet-inoverwegingname. Het dossier
wordt dan niet door de DVZ onderzocht.
Verblijft
de aanvrager wel in de gemeente, dan zendt de gemeente de aanvraag naar de
Dienst Vreemdelingenzaken. De aanvrager krijgt een bewijs van inontvangstname van de aanvraag (een "bijlage
3"). Dit document verschaft de persoon geen
verblijfsrecht.
Beslissing
De DVZ zal over de
doorgestuurde aanvragen een beslissing nemen en deze terug overmaken aan
de burgemeester. Vervolgens zal de gemeente de vreemdeling oproepen om zich de
beslissing te laten betekenen.
De DVZ kan drie
soorten beslissingen nemen:
Wanneer
de identiteitsdocumenten niet bij de aanvraag gevoegd werden (of de reden van
hun afwezigheid niet werd meegedeeld), of wanneer er geen buitengewone
omstandigheden zijn die verantwoorden waarom de aanvraag in België wordt
ingediend, verklaart de Dienst Vreemdelingenzaken de aanvraag onontvankelijk.
Wanneer
de aanvraag wel ontvankelijk wordt verklaard, maar de argumenten ten gronde
afgewezen worden, wordt de aanvraag ongegrond
verklaard.
Wanneer
aan alle voorwaarden is voldaan, verklaart de DVZ de aanvraag ontvankelijk en
gegrond, en vraagt aan de gemeente om betrokkene in te schrjiven
in het vreemdelingenregister en een "Bewijs van inschrijving in het
Vreemdelingenregister (BIVR)" af te leveren:
voor beperkte duur, die eventueel vernieuwd kan
worden (elektronische A kaart ; of tot eind 2008 kon de gemeente nog een
kartonnen BIVR - witte kaart voor beperkte duur afleveren):
voor punt 2.8.B van de nieuwe instructie van 19/7/2009
(economische regularisatie, na toekenning van arbeidskaart B) wordt een BIVR
van 1 jaar afgeleverd, dat kan vernieuwd worden als betrokkene op het einde van
het jaar opnieuw een arbeidskaart B voorlegt.
of van 5 jaar voor
onbeperkte duur (elektronische
B kaart ; tot eind 2008 kon de gemeente nog
een kartonnen BIVR
-witte kaart van onbepaalde duur afleveren): volgens
het vademecum dat de instructie van 19/7/2009 toelicht wordt voor punten 1.1
tot en met 2.8.A van de instructie steeds een verblijfsmachtiging van
onbeperkte duur toegestaan.
Een lopende asielprocedure
of lopend beroep bij de Raad van State tegen een afgewezen asielprocedure wordt
automatisch stopgezet bij de toekenning van een definitieve verblijfsvergunning
tenzij betrokkene zich uitdrukkelijk tegen een stopzetting verzet. Het verzet
tegen stopzetting van de asielprocedure kan nuttig zijn, aangezien een
vluchteling bepaalde rechten en bescherming geniet die
een geregulariseerde niet heeft.
Beroep
Wanneer de beslissing
negatief is, eventueel gepaard gaand met een BGV,
worden de redenen van weigering vermeld. Hiertegen kan men binnen de 30 dagen
een schorsings- en/of annulatieberoep
instellen bij de Raad
voor Vreemdelingenbetwistingen. Wanneer er een fundamenteel mensenrecht van
de vreemdeling bedreigd wordt kan men ook een beroep instellen bij de rechtbank
van eerste aanleg (eventueel in kort geding).
Wanneer de DVZ de aanvraag
artikel 9bis ontvankelijk en gegrond verklaard, werd de afgelopen jaren meestal
een BIVR van beperkte duur afgeleverd. Het gaat dan om een
tijdelijke regularisatie.
Nieuw beleid
inzake tijdelijke en definitieve regularisaties
Vanaf 19/7/2009 wordt dat
beleid helemaal omgedraaid. Het vademecum dat de instructie van 19/7/2009
toelicht, zegt dat de regularisaties volgens punten 1.1 tot 2.8.A altijd meteen
definitief worden toegekend. Alleen de economische regularisatie via punt 2.8.B
van de instructie wordt tijdelijk voor 1 jaar toegestaan.
De tijdelijk geregulariseerden van het verleden die ook onder de nieuwe
criteria voor een definitieve regularisatie zouden vallen, moeten dit nu
vragen aan DVZ (tussen 15/9/2009 en 15/12/2009).
Zij moeten geen nieuwe 9bis aanvragen daarvoor, maar moeten rechtstreeks aan
DVZ een e-mail sturen aan regulactua@dofi.fgov.be
tussen 15/9 en 15/12/2009 waarbij zij een definitieve verblijfsvergunning
vragen via een "aanvulling" van hun dossier op het bureau Lang
verblijf van DVZ.
De situatie in het
verleden
Om in aanmerking te komen
voor een verlenging van hun machtiging tot verblijf, legt de DVZ aan
tijdelijk geregulariseerde personen bepaalde voorwaarden op die moeten vervuld
worden tijdens de periode van het toegestane verblijf. Vaak gaat het om
een voorwaarde om te werken, maar het kunnen ook andere voorwaarden zijn.
Uit de praktijk van de
afgelopen jaren blijkt dat deze voorwaarden voor verlenging van tijdelijke
regularisaties vooral aansporingen waren tot integratie aan de betrokkene, die
niet altijd letterlijk moesten ingevuld worden. Indien een voorwaarde om
te werken niet vervuld was maar betrokkene bv. wel
een beroepsopleiding of taallessen had gevolgd of gesolliciteerd had,
dan kreeg hij wel een verlenging van de tijdelijke regularisatie met opnieuw
een voorwaarde om te werken.
Sinds eind 2008 zou de DVZ
(op instructie van de Minister van Migratie en Asiel) haar beleid inzake
verlenging van tijdelijke regularisaties aanzienlijk verstrengd
hebben.
Als
de betrokkene de voorwaarden tijdens de eerst toegestane periode niet vervult,
zal DVZ voortaan in principe geen verlenging van
de verblijfsvergunning meer toestaan. Betrokkene krijgt dan
na het verlopen van zijn BIVR (elektronische A kaart) een
uitwijzingsbevel. Ook als betrokkene aantoont dat hij wel alle mogelijke
inspanningen gedaan heeft om de voorwaarden te vervullen maar dat dit niet
gelukt is, zal DVZ voortaan in principe geen verlenging toestaan. DVZ zou
alleen nog van deze strenge houding afwijken als er daartoe dwingende
humanitaire redenen zijn. Toenmalig Minister van Asiel en Migratie Turtelboom bevestigde in
de Senaat dat zij een nieuwe instructie gaf aan de DVZ
maar specificeert alleen dat het verblijf van personen die afhankelijk
zijn van het OCMW niet meer zal verlengd worden als hun persoonlijke
situatie de terugkeer naar het land van herkomst mogelijk maakt.
Als
betrokkene de voorwaarden tijdens de eerst toegestane periode wel vervult,
zal de DVZ wel een verlenging van de verblijfsvergunning toestaan. Maar
het zal in principe opnieuw een tijdelijke verblijfsvergunning zijn (elektronische A kaart), met opnieuw dezelfde
voorwaarde die moet vervuld worden om in aanmerking te komen voor een volgende
verlenging. Pas als betrokkene 3 opeenvolgende keren de opgelegde
voorwaarde vervult, zal de DVZ in principe een verblijfsvergunning voor
onbepaalde duur, zonder voorwaarden (elektronische B kaart), toestaan.
Deze beleidswijziging
werd niet verder toegelicht. >> zie ook nieuwsbriefbericht van 6 februari 2009
Vanaf 19/7/2009 wordt het
beleid volledig gewijzigd: zie hierboven "nieuw beleid inzake tijdelijke
en definitieve regularisaties".
Regularisatieaanvragen die
werden ingediend voor 1 juni 2007, op grond van artikel 9 lid 3 van de
Vreemdelingenwet, zullen volgens de oude bepalingen behandeld worden.
Een aanvulling van een
dossier ingediend als art. 9 lid 3 kan nog steeds via aangetekend schrijven, of
per e-mail aan regulactua@dofi.fgov.be, of
per fax naar de DVZ zelf worden opgestuurd. Dit hoeft dus niet via de
gemeente