Opvang van asielzoekers: ngo’s vragen
Grondwettelijk Hof om nieuwe bepalingen te vernietigen
De Opvangwet (2007)
die de opvang van asielzoekers en sommige vreemdelingen regelt, werd eind 2009
via de programmawet grondig aangepast. Die wijzigingen tasten fundamentele
rechten van de begunstigden van de opvang aan. Zo wordt het recht op opvang
vanaf de derde asielaanvraag beperkt, wordt het recht op verlenging van de
materiële hulp beperkt, en kan men tijdelijk worden uitgesloten van het recht
op opvang. Vier ngo’s (l’Association
pour le Droit
des Etrangers, CIRÉ, la Ligue
des droits de l’Homme en
Vluchtelingenwerk Vlaanderen) vragen daarom het Grondwettelijk Hof om deze
bepalingen te vernietigen.
De Opvangwet bepaalt
dat elke asielzoeker recht heeft op “opvang die hem in staat moet stellen om
een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid”. Deze
bepaling is conform de Europese richtlijn van 27 januari 2003 die de
minimumnormen voor de opvang van asielzoekers heeft vastgelegd.
Fedasil (belast met de
opvang van asielzoekers) heeft omwille van de verzadiging van het opvangnetwerk
en de opvangcrisis sinds oktober 2008 in snel tempo opeenvolgende instructies
en andere administratieve maatregelen genomen. Aan deze maatregelen werd op 30
december vorig jaar een wettelijke basis gegeven. Het zijn enkele van deze
wetswijzigingen die de vier organisaties willen aanvechten voor het
Grondwettelijk Hof.
Voortaan kan Fedasil asielzoekers die opeenvolgende aanvragen indienen,
vanaf de derde asielaanvraag uitsluiten van de materiële hulp (met uitzondering
van de medische begeleiding). Deze uitsluiting geldt totdat het dossier, indien
het in overweging wordt genomen, wordt doorgestuurd naar het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen
(CGVS). Deze uitsluiting moet een stijging van het aantal asielaanvragen en
misbruik van de asielprocedure voorkomen. In 2009 was bijna een derde van de
asielaanvragen meervoudige aanvragen. In de helft van de gevallen ging het om
aanvragen die werden doorgestuurd naar het CGVS en die dus niet manifest
ongegrond waren. Het lijkt daarom overdreven om voor alle meervoudige aanvragen
te vertrekken van een vermoeden van misbruik. Bovendien duurt het onderzoek
naar de ontvankelijkheid van de meervoudige aanvragen tot bescherming zeer
kort. Het eventuele misbruik van de procedure verlengt dus de opvang slechts met
enkele dagen, terwijl deze maatregel wel tot gevolg heeft dat asielzoekers met
een reële behoefte aan bescherming op straat belanden.
De stijging van de
meervoudige asielaanvragen is geen typisch Belgisch fenomeen. Het is een
Europese tendens. Meervoudige aanvragen zijn namelijk het gevolg van de
verslechterende veiligheidssituatie in de herkomstlanden. De 5 nationaliteiten
die het meest frequent meervoudige aanvragen indienen zijn Rusland, Irak,
Afghanistan, Guinee en Iran. Het bestraffen van hernieuwde aanvragen komt dus
neer op het ontkennen van de realiteit van de onveiligheid in deze landen.
Een andere
verontrustende wijziging betreft de procedure van verlenging van de materiële
hulp van een uitgeprocedeerde asielzoeker, die de continuïteit van de hulp
toelaat voor personen die zich in onzekere situaties bevinden. Het gaat
concreet om zwangere vrouwen, schoolgaande kinderen, zieke personen, mensen die
onmogelijk kunnen terugkeren. Vroeger hadden deze mensen in deze situatie
automatisch recht op verlenging. Door de wetswijziging wordt de beoordeling
echter overgelaten aan Fedasil, en is dus dit recht
niet langer verzekerd.
Tot slot kan Fedasil nu personen die problematisch gedrag vertonen,
tijdelijk uitsluiten van het recht op materiële hulp. Deze uitsluiting betekent
immers een aanzienlijke achteruitgang van de rechten van de begunstigden van de
opvang. Problematisch gedrag noodzaakt tot een reële en aangepaste omkadering
en rechtvaardigt zeker niet dat men uitgesloten wordt van het recht om een
menswaardig leven te leiden.
Om deze verschillende
redenen hebben l’ADDE, Ciré,
la Ligue des droits de l’Homme en Vluchtelingenwerk op 30 juni een vordering tot
nietigverklaring van deze bepalingen ingediend voor het Grondwettelijk Hof.
Perscontact:
Eef Heylighen, Vluchtelingenwerk Vlaanderen 0473 88
65 97